Global GAP vergroot aantal keuzes sierteeltbedrijven

vrijdag 15 januari, 2021

Om hun duurzaamheidsregistratie vanaf 1 januari 2021 aan te tonen, kunnen sierteeltbedrijven sinds begin november niet alleen terecht bij MPS, maar ook via registratie bij GreenlinQdata en Global GAP-certificering. Certificerende instanties voor Global GAP zijn SGS, MPS-ECAS en Control Union. Maar wat houdt Global GAP precies in en uit wat voor bedrijven kunnen kwekers kiezen?

Bron: Nieuwe oogst

e Nederlandse sierteeltsector heeft de afgelopen jaren enorme stappen gezet om milieuvriendelijker te gaan telen. Om dat zichtbaarder te maken bij afnemers en consumenten, wil Royal FloraHolland (RFH) dat alle kwekers die bloemen en planten aanvoeren op de marktplaats uiterlijk 31 december 2020 hun milieuregistratie op orde hebben en eind 2021 een marktconform milieucertificaat bezitten.

In augustus had 45 procent van de aanvoerende kwekers, die 80 procent van de omzet van de veiling vertegenwoordigen, aan de eisen voor milieuregistratie voldaan. Inmiddels is hun aantal sterk gestegen, maar nog niet alle kwekers hebben zich aangemeld.
Telers konden voor de milieuregistratie- en certificering in eerste instantie alleen terecht bij Milieu Programma Sierteelt (MPS). Om de kosten voor telers door marktwerking te verlagen, is RFH op zoek gegaan naar een tweede partij. Begin november is die voor kwekers beschikbaar gekomen in de vorm van een samenwerking tussen Global GAP en GreenlinQdata. Voor die combinatie is gekozen, omdat Global GAP wel certificaathouder is, maar niet beschikt over een registratiesys-teem, wat GreenlinQdata wel heeft.

Ondanks dat zij niet alle kennis onder één dak hebben, is de route voor de registratie en certificering via Global GAP heel toegankelijk. Aanmelding kan simpelweg via de website van GreenlinQdata. Bovendien gelden voor het in 2021 verlangde Global GAP-certificaat andere vragen dan voor dat van MPS. De nieuwsgierigheid naar de Global GAP-route is groot, blijkt uit het aantal vragen en aanmeldingen die al binnen zijn gekomen.

‘Het is goed om vroeg te beginnen met registreren en certificeren’

GERARD BLIJLEVEN, ACCOUNTMANAGER BIJ CONTROL UNION

Goede Agrarische Productie

Global GAP is voortgekomen uit EurepGAP, dat in 1999 ontstond op initiatief van een aantal Europese supermarktketens. Het bestond in het begin uit basisrichtlijnen voor ‘Goede Agrarische Productie’ (GAP) van verse groenten en vers fruit. Daarmee konden telers laten zien dat hun producten op een verantwoorde manier tot stand waren gekomen en daarmee het vertrouwen van de consument winnen en behouden.

In 2007 is de naam EurepGAP veranderd in Global GAP om het wereldwijde karakter te benadrukken. Zo’n vijftien jaar geleden is het protocol ook ingevoerd voor de sierteelt. Voor de Global GAP-registratie en -certificering kunnen telers zich wenden tot drie certificerende instanties: MPS-ECAS, SGS en Control Union.

MPS-ECAS is onderdeel van de MPS Groep, die onafhankelijke audits uitvoert en voor de tuinbouw relevante certificaten toekent aan alle schakels binnen de keten. Telers kunnen op basis van hun eigen voorkeur bij hen kiezen uit Global GAP en MPS. Voor de ontwikkeling van beide duurzaamheidsschema’s heeft MPS-ECAS alle kennis en ervaring in huis.

License to supply

De tweede certificerende instantie is Control Union, een Nederlands familiebedrijf dat dit jaar het predicaat ‘koninklijk’ heeft ontvangen vanwege het honderdjarig bestaan. Het heeft kantoren in meer dan zeventig landen over de hele wereld en houdt zich bezig met certificering voor onder andere voedsel- en sierteeltbedrijven, de maakindustrie, waarvan een groot deel textiel, en de biologische markt.

‘Voor Global GAP bieden wij een snelle service en een transparant proces’, zegt Gerard Blijleven, accountmanager bij Control Union. ‘En naast de door RFH gevraagde modules bieden wij ook andere Global GAP-modules aan in ons pakket.’

Blijleven legt uit dat kwekers zich met een Global GAP-certificaat vroeger konden onderscheiden van anderen en daardoor bijvoorbeeld een meerprijs konden bedingen. ‘Dat is nu niet meer zo. Een certificaat betekent tegenwoordig een ‘license to supply’, omdat alle afnemers, inclusief de consument, van bloemen en planten duurzaamheid in de teelt verwachten. Voor een teeltbedrijf is het belangrijk om aan te tonen dat je op niveau bent als het gaat om duurzaamheid en daarom is het goed om zo vroeg mogelijk te beginnen met registreren en certificeren.’

Vast aanspreekpunt

SGS, de derde certificerende instantie, is een beursgenoteerd Zwitsers bedrijf met wereldwijd 100.000 medewerkers. ‘Wij kennen de sierteeltwereld doordat een grote groep van onze inspecteurs al lang bij kwekers over de vloer komt’, zegt Marcel Swaans, projectmanager bij SGS Nederland. Het voordeel van Global GAP is volgens hem dat het een wereldwijd erkend, onafhankelijk keurmerk is met een grote bekendheid binnen retailorganisaties.

Naast Global GAP kan SGS ondersteuning bieden bij certificering van een breed pakket van andere producten en processen. ‘Wij bieden aanvragers duidelijkheid en overzicht met één vast aanspreekpunt’, zegt Swaans. ‘Maar onze keurmeesters en inspecteurs zijn van alle markten thuis, omdat zij de hulp kunnen inroepen van andere gespecialiseerde afdelingen.’

Als voordeel van de Global GAP-registratie en -certificering ziet de SGS-man de bundeling van de geregistreerde informatie die het mogelijk maakt om de hele sierteeltsector nog verder te verduurzamen. Het belangrijkste voordeel is volgens Swaans dat afnemers steeds meer zullen vragen om bewijzen dat bloemen en planten duurzaam zijn geproduceerd. ‘Met name in Duitse retailbedrijven zie je dat de beweging die is begonnen in groente en fruit nu een vervolg krijgt in sierteeltproducten.’

‘Registratie en certificering bieden kansen’

Gerard Flinterman, algemeen directeur van GreenlinQdata, is ervan overtuigd dat registratie en certificering meerwaarde hebben voor alle kwekers van sierteeltproducten. In zijn ogen biedt het hen vooral kansen, omdat zij zich met hun bloemen en planten kunnen onderscheiden van producten die minder duurzaam zijn. ‘Wij kunnen als sector wel roepen dat we geen schadelijke middelen gebruiken, maar er zijn partijen als Greenpeace die in tuincentra monsters nemen en het tegendeel willen bewijzen.’ Juist door gezamenlijk op te trekken kan de sierteeltsector haar voortrekkersrol in duurzaamheid handhaven en verbeteren, vindt Flinterman. Hij legt uit dat de uniforme regels voor registratie benchmarken mogelijk maken, waardoor telers hun middelen-, energie- en waterverbruik anoniem kunnen vergelijken met andere bedrijven en zelf verbeteringen kunnen doorvoeren. ‘Het is net als met verschillen in energiegebruik bij vergelijkbare gezinnen in vergelijkbare huizen. Dat is ook een benchmark waarmee consumenten zullen proberen hun gebruik en dus kosten te verlagen.’ Hij wijst ook op de tendens onder consumenten om duurzamer in te kopen, die onder andere blijkt uit onderzoek onder Duitse consumenten.

• Kijk voor meer informatie op www.greenlinqdata.nl

Meer nieuws

Gevolgen invoering avondklok

© 2021 LTO Vakgroep Bomen en vaste planten - LLTB - LTO Noord - ZLTO
Disclaimer - Privacy statement