LTO Bomen, Vaste planten & Zomerbloemen
Bomen, Vaste planten & Zomerbloemen

‘Deze sector is mooi, breed en verschillend’

woensdag 01 oktober, 2025

Secretaris Gerrit Peeters is op 1 oktober met pensioen gegaan. Het werk voor de vakgroep, de cultuurgroepen en de CEMP Coöperatie in de sector Bomen, Vaste planten en Zomerbloemen heeft hij altijd met plezier gedaan. Een afscheidsinterview.

Foto boven: Ook na zijn pensioen bezoekt Gerrit nog graag GrootGroenPlus.

Foto onder: Vlak voor de vakbeurs was in Rootz bestuursvergadering van de CEMP Coöperatie. Voorzitter Remco Beekers bedankt Gerrit voor zijn secretariswerk met tuinroos ‘Nostalgie’.

Eigenlijk mocht Gerrit (67) vorig jaar al met pensioen, maar hij vond het werk voor LTO Bomen, Vaste planten en Zomerbloemen, Stichting Projectbureau Boomkwekerij en de CEMP Coöperatie, alsmede het samenwerken met bestuurders en collega’s zo leuk, dat hij er nog een jaartje aan vastknoopte. Hij heeft het werk ruim tien jaar gedaan. Dat combineerde hij met het uitvoeren van audits voor certificeringen zoals Global GAP en PlanetProof, vooral in de fruitteelt.

Voorheen kende Gerrit de boomkwekerijsector niet echt, want hij werkte in de bloemen, groenten en potplanten. Hij groeide op op een tuinbouwbedrijf in Baarlo, studeerde tuinbouw en begon als praktijkleraar groenten- en bloementeelt. Daarna was hij bedrijfsleider bij Fides, veredeling en vermeerdering van hoofdzakelijk chrysantenstekken. Voor dit bedrijf bouwde hij ook een productielocatie in Maleisië op.

Vervolgens was Gerrit bedrijfsadviseur tuinbouw bij de GLTO (nu LTO Noord), relatiemanager bij AB Oost, accountmanager bij AB Brabant en secretaris landelijke vakgroep Vollegrondsgroenten bij de ZLTO.

Hoe kwam je bij onze vakgroep uit?

„Het secretariswerk bij de ZLTO was geen fulltime functie, ik deed daarnaast nog ander werk. Dankzij Helma Hoff (voormalig beleidsmedewerker/secretaris vakgroep) raakte ik langzaam betrokken bij de Bomen, Vaste planten en later ook de Zomerbloemen. LTO ging in 2016 reorganiseren, waardoor ik dat jaar in dienst ben gekomen bij Stichting Projectbureau Boomkwekerij. SPB was door de Nederlandse Bond van Boomkwekers opgericht om werk te doen ten behoeve van de organisatie en de cultuurgroepen.”

Was de boomkwekerijsector helemaal nieuw voor je?

„Behoorlijk nieuw. De vaste planten zaten dichterbij hetgeen ik al had gedaan, de rozen ook wel. De vruchtbomen kende ik wel wat, met fruitteelt en boomkwekerij om me heen in Baarlo – het bedrijf Fleuren kende ik wel, maar niet de teelt. De laanbomen waren voor mij echt nieuw, en bos- en haagplantsoen ook.”

Merkte je verschil in type ondernemers: bomen, bloemen of groenten?

„Ja, ik vond het typisch en heel mooi dat ondernemers in de boomkwekerij zelf voor hun afzet zorgen. Heel veel bloemen en groenten gingen altijd – en nog steeds – via afzetcoöperaties zoals veilingen. Wat ook typisch is dat er in boomteeltgebieden een eigen cultuur is, met eigen teelttechniek. In de groenten werd alles gedeeld en naast elkaar gelegd: hoeveel kuubs gas verbruik je, hoeveel omzet behaal je per vierkante meter, wat zijn je kostprijzen.”

In de boomkwekerij ging een andere wereld voor je open?

„Ja, en tussen de cultuurgroepen zijn verschillen. Laanbomen zijn totaal anders dan vaste planten, maar ze behoren allemaal tot de boomkwekerij. En dan heb je binnen een cultuurgroep ook nog eens een enorme diversiteit aan gewassen. Dit alles vind ik erg aantrekkelijk aan de sector.

LTO Bomen, Vaste planten en Zomerbloemen is trouwens de enige vakgroep binnen LTO Nederland met cultuurgroepen. Die structuur heb je ook niet bij de regionale LTO’s: LLTB, ZLTO en LTO Noord. Je had nog wel allerlei gewasgroepen toen LTO Groeiservice bestond, maar die zijn er niet meer. Door het verdwijnen van het Productschap Tuinbouw is er veel veranderd. Het is super belangrijk om de structuur van de vakgroep en de cultuurgroepen te behouden.”

Je hebt veel ledenbijeenkomsten en excursies georganiseerd. Wat viel je op vergeleken met de bloemen- en groententeelt?

„Eigen cultuur en teelttechniek, dus. Maar het viel me ook op dat kwekers vooruitstrevend zijn, probleemoplossend bezig zijn, niet veel klagen. Dat is een andere houding dan glastuinders vroeger, ‘het brengt te weinig op’. Tegenwoordig zijn glastuinders trouwens heel andere ondernemers dan vroeger.”

Welke bijeenkomsten blijven je bij?

„Even nadenken, het zijn er zoveel geweest… Bijeenkomsten met vaste plantenkwekers die een enorm breed sortiment telen. Weet je nog wel wat je allemaal teelt, hoe houd je al die soorten uit elkaar! Ook de bijeenkomsten van de studiegroep Jonge Vaste Plantenkwekers vond ik heel leuk. Omdat het jongeren zijn, enthousiast zijn over het ondernemen en de toekomst. De studiegroep was een initiatief van de cultuurgroep, geïnspireerd door de Landelijke Jongerendag Boomkwekerij van de vakgroep.”

De jongerendag heb je achter de schermen mee georganiseerd, hoe vond je dat?

„Ook heel leuk. Het is heel belangrijk om de jongerendag in de benen te blijven houden, om jongeren uit de landelijke sector enthousiast te houden voor het vak. Daarmee bind je jongeren breed, uit alle cultuurgroepen en regio’s, aan de sector. Het zou ook goed zijn om in meerdere cultuurgroepen een studiegroep jongeren op te richten.”

Bijeenkomsten organiseren, heeft je dat veel energie gekost?

„Het organiseren op zich niet, maar het is weleens een uitdaging om voldoende deelnemers te krijgen. Dat komt denk ik doordat kwekers druk zijn op hun bedrijf, en ze kunnen kiezen uit veel andere bijeenkomsten. Een bedrijf leiden kost tegenwoordig ook meer tijd en energie. Doordat er veel meer regels zijn. Vroeger gaf je meststoffen die je nodig had, maar nu? En gewasbescherming: voordat je een etiket hebt gelezen en begrijpt wat er staat…?”

Aan de andere kant: het blijkt elke keer weer enorm leerzaam om een bijeenkomst van een cultuurgroep of de vakgroep te volgen.”

Wat ga je nu doen als pensionado?

„Onze tuin thuis bijhouden, en we hebben ook een moestuin. Daarnaast sporten, leuke dingen doen, reizen met mijn vrouw Ria. Links en rechts doe ik ook nog vrijwilligerswerk, zoals voor Groei&Bloei Rijk van Nijmegen en Land van Maas en Waal.”

Houd je nog binding met onze sector?

„Sowieso via Groei&Bloei, we gaan bijvoorbeeld op excursie naar kwekerijen. Ontwikkelingen in de sector blijf ik sowieso interessant vinden, daarom blijf ik de nieuwsbrief van de vakgroep volgen. Beurzen zoals GrootGroenPlus bezoeken blijft ook fijn.

De sector is mooi, breed en verschillend. Dit alles maakte het werk voor mij interessant. En dat heb ik altijd met plezier gedaan.”

Arno Engels

Meer nieuws