Column: Carbon credits als verdienmodel
Carbon credits zijn ook wel CO2-certificaten. Voor wie het niet weet: het zijn certificaten die het opslaan van een bepaalde hoeveelheid koolstofdioxide bewijzen, of het verminderen van CO2 of het compenseren van CO2-uitstoot. We hebben dit thema onlangs besproken met bestuurders van onze vakgroep LTO Bomen, Vaste planten en Zomerbloemen en de onderliggende cultuurgroepen. Zijn carbon credits een kans voor de sector, en wat hebben we hiervoor nodig om die kans te verzilveren? Laat ik het dan maar zo zeggen: hoe kunnen we hieraan verdienen?
Bomen, alle houtige gewassen, slaan natuurlijk CO2 op tijdens de groei. Het is heel simpel: hoe ouder een boom wordt, des te meer CO2 slaat die op. De opslag vindt niet alleen bovengronds plaats in het hout, in de stam en in de kroon, maar ook in het wortelgestel en in de bodem. Carbon credits zijn in feite interessant voor alle plantaardige teelten.
Er zijn twee markten voor carbon credits. De eerste is EU ETS: het Europese Emission Trading System dat verplicht is voor grote bedrijven en industrieën. Ze mogen pas CO2 uitstoten als ze hiervoor emissierechten hebben. De tweede markt bestaat al jaren en is vrijwillig. Zo is jaren geleden de term klimaatbossen bedacht: je legt een bos aan om CO2 op te slaan en bijvoorbeeld je CO2-uitstoot tijdens vliegreizen te compenseren.
Carbon credits is een datagedreven verdienmodel. Je hebt data nodig van de CO2-opslag en hoe deze toeneemt gedurende groei – op de kwekerij of later op de eindplek zoals in de stad of in het landschap. Van diverse soorten bomen zijn al cijfers bekend van de CO2-opslag. Berekeningen zijn op bedrijfsniveau te maken, maar ook op regionaal niveau.
Je kunt een boom chippen en de CO2-opslag volgen na aanplant in bijvoorbeeld een gemeente. Er zijn steeds meer gemeenten die hun totale bomenbestand in beeld laten brengen, met drones die het boomkroonvolume scannen. Die dataverzameling kun je grootschalig doen, en eigenlijk op elk terrein waar bomen worden geplant en groeien – ook bijvoorbeeld op, ik noem maar even wat, een industrieterrein.
Ik denk dat carbon credits best kans van slagen hebben. Je kunt het plantaardig breed neerleggen en samenwerking opzoeken. Met andere sectoren, en zeker ook met technologiebedrijven en wetenschappelijke instituten zoals WUR en TU Delft. Onze vakgroep is nu ook met de Rabobank in gesprek over koolstofvastlegging, agroforestry en fondsen ter ondersteuning.
Erik Stuurbrink
Voorzitter LTO Bomen, Vaste planten en Zomerbloemen